Café Sonore: Onder Stroom
11:13 am in Uncategorized by erika

Vrijdagavond 1 april 2011 vindt in het Orgelpark in Amsterdam de presentatie plaats van ‘Onder Stroom’, het nieuwe boek van Jacqueline Oskamp. Hierin schetst zij de geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland. Jacqueline Oskamp, geboren in1964, studeerde politicologie aan de UvA. Sinds 1989 publiceert ze over muziek . Ze deed dat onder meer in De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en Vrij Nederland). In 2003 verscheen een bundel interviews met Nederlandse componisten, getiteld Radicaal gewoon – bestaat er zoiets als Nederlandse muziek? In haar nieuwste boek, Onder stroom, uitgegeven bij Ambo,schetst Jacqueline Oskamp in 224 bladzijden de geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland.
Het boek gaat vergezeld van de kersverse dubbel CD ANTHOLOGY OF DUTCH ELECTRONIC MUSIC 1999-2010, een uitgaven van Basta – MCN. Dit album toont de diversiteit van de recente Nederlandse elektronische muziek: knarsend, knetterend, welluidend, theatraal, keihard, subtiel, ingetogen… 26 tracks vertegenwoordigen verschillende benaderingen zoals tapemuziek, concertmuziek voor akoestische instrumenten en elektronica, live-elektronica, geluidsinstallaties en -omgevingen, elektronisch muziektheater, compositie en improvisatie. In de vorige Cafe Sonore blog vindt je uitgebreide informatie over het boek en de CD. Ook staat daar een interview met Jacqueline Oskamp over haar nieuwste boek.
In de Café Sonore uitzending van 27 maart 2011 krijg je alvast een voorproefje van de CD box met muziek van o.a.: Roderik de Man; René Uijlenhoet; Hans Timmermans; Anne La Berge; Alison Isadora; Michel Waisvisz; Kees Tazelaar; Cathy van Eck; Wouter Snoei; Bas Kalle.
(Uitzending te horen vanaf 27 maart 2011)
CS 27-11-2011
Essay – Jacqueline Oskamp
Toen de componist Dick Raaijmakers rond 1978 de Anthology of Dutch Electronic Tape Music Volume 1 (1955-1966) samenstelde, was de studio van herkomst zijn leidraad. De plek waar een compositie was gemaakt, bepaalde de indeling van het album. En opmerkelijk genoeg vulde hij niet alleen Volume 1 maar ook Volume 2 (1966-1977) louter met tapemuziek. Hoewel hij in het begeleidend essay bij Volume 2 constateert dat de elektronische muziek haar horizon aan het verbreden is, dat er steeds meer verbanden met andere disciplines worden gelegd en dat de tot dan toe gesloten studio de poorten neigt te openen, bestaat zijn selectie uitsluitend uit tapemuziek. Daarbij onderscheidt hij overigens niet minder dan tien varianten.
Nu, ruim dertig jaar later, is de situatie radicaal anders. De studio heeft veel van zijn betekenis verloren door de opkomst van de laptop, die goeddeels fungeert als mobiele studio. Was de studio voorheen de plaats waar alle fasen van het productieproces – van klankopwekking, -bewerking tot mixage – werden doorlopen, tegenwoordig is de studio vooral essentieel in het laatste stadium: de mastering. Het grootste deel van zijn of haar werk doet de componist thuis, of op welke willekeurige plek dan ook.
Ook in muzikaal opzicht staat de oude classificering op zijn kop. Tapemuziek bevindt zich vandaag de dag juist in de marge van het elektronische spectrum, terwijl sinds de jaren tachtig andere genres, zoals de live-elektronische muziek en combinaties van akoestische instrumenten met elektronica, tot bloei zijn gekomen.

Bijna elke componist heeft wel stukken voor louter tape gemaakt. Neem Rozalie Hirs die in dit fragment uit Pulsars verschillende opnamen van een stem op een complexe manier stapelt. Toch legt slechts één componist op deze cd zich uitsluitend toe op tapemuziek: Kees Tazelaar. Het voordeel, namelijk met grote precisie een ingewikkeld muzikaal proces kunnen vastleggen, weegt voor hem zwaarder dan het nadeel van een ‘saaie’ uitvoering – bij een concert met tapemuziek is het publiek immers overgeleverd aan een stel bewegingsloze zwarte dozen. Spannender wordt het al wanneer de luidsprekers rond het publiek staan opgesteld, waardoor de luisteraar
het gevoel heeft zich midden in de muzikale actie te bevinden. Componisten als René Uijlenhoet, Kees Tazelaar en Wouter Snoei experimenteren graag met de ruimtelijke verspreiding van geluid. De laatste twee ook met het zogeheten Wave Field Synthesis-systeem dat, althans in de Nederlandse versie, bestaat uit 192 kleine speakers.


Met terugwerkende kracht blijkt de weg die Ton Bruynèl (1934–1998) in de jaren zeventig is ingeslagen, vruchtbaar te zijn geweest. Onder het motto ‘dan zit je dus twee uur naar je schoenveters te staren’ liet hij de zuivere tapemuziek links liggen en koos voor de rehabilitatie van de musicus. Van Roderik de Man tot Alison Isadora, van Marko Ciciliani tot het Schreck Ensemble – hun muziek staat of valt met de persoonlijkheid, timing en virtuositeit die een live muzikant met zich mee brengt. Deze speelt samen met een ‘tape’, dat wil zeggen een min of meer vaststaande partij die opgeslagen ligt in de computer en die, anders dan de ouderwetse, rechttoe rechtaan afspelende geluidsband, soms is opgeknipt in kleine stukjes die door de muzikant zelf gestart kunnen worden. Dit maakt het samenspel met de elektronische partij makkelijker en flexibeler.
De opwinding van een live optreden was tevens de motor achter de zoektocht van Michel Waisvisz (1949–2008), die onder andere leidde tot twee zelfontworpen instrumenten: de Kraakdoos en De Handen. Anders dan Bruynèl was Waisvisz een improvisator in hart en nieren; nog geen twintig jaar oud was hij een graag geziene gast in de avant-gardistische improgroepen van Misha Mengelberg en Willem Breuker, een ervaring die hem blijvend heeft gevormd.

Op zijn beurt heeft Waisvisz met zijn sterke persoonlijkheid, uitgesproken opvattingen
en energieke optredens een grote invloed gehad op verwante musici. Variërend van een muzikant als Joel Ryan die vanachter de computer het spel van anderen bewerkt en interpreteert, Gert-Jan Prins die optreedt met zelfgebouwde elektronische circuits die (net als de Kraakdoos) gebaseerd zijn op storingsprincipes, tot jongere muzikanten als Robert van Heumen en Juan Parra Cancino die niet alleen hun eigen interfaces hebben ontwikkeld maar ook een belangrijke les van Waisvisz ter harte hebben genomen: niet te veel energie steken in het voortdurend updaten van de software, maar je concentreren op de muziek.

Nauw verwant maar toch vanuit een wezenlijk ander perspectief is de benadering van een aantal instrumentalisten die zich met elektronische toepassingen bezighouden. Musici als Anne La Berge (fluit) en Luc Houtkamp (saxofoon), gebruiken de elektronische mogelijkheden als extensie van hun instrument. Soms om zich te kunnen meten met andere elektrische, en dus ve el luidere instrumenten, soms om het klankpalet van hun instrument uit te breiden, soms om via samples ‘vreemd’ muzikaal materiaal te kunnen introduceren, soms om als solist multimediale stukken (met samples, tekst en video) te kunnen uitvoeren. Drive van Anne La Berge is een voorbeeld van dat laatste. Luc Houtkamp gebruikt de elektronica ook om overgangen te creëren tussen improvisatie en compositie.
[/rssless]

De technologische ontwikkelingen van de laatste tien jaar zijn cruciaal geweest voor deze zogeheten composer/performers. Complexe bewerkingen die voorheen uitsluitend in de studio plaatsvonden, kunnen nu in real time door een laptopje op het podium worden uitgevoerd. De waterscheiding tussen componisten die in de studio werken en degenen die in het bijzijn van publiek ‘instant componeren’, is verdwenen.
De flexibiliteit van de apparatuur heeft ook de installatiekunst gestimuleerd.

Edwin van der Heide maakt veelal installaties in de openbare ruimte, die al dan niet opgaan in de omgeving of juist een extra laag aan de werkelijkheid toevoegen. Justin Bennett heeft ruime ervaring in de geluidswandeling, waarbij hij een stad (en soms een bos) in een geluidsimpressie probeert te vangen. Het duo Bosch & Simons heeft in de afgelopen vijfentwintig jaar een heel

eigen oeuvre gecreëerd van prachtig vormgegeven installaties die, gestuurd door de computer, vaak aardse geluiden produceren, zoals metaal op glas (in bv. ’Ultimo Esfuerzo Rural I’).
Net als zijn collega-pioniers Ton Bruynèl en Michel Waisvisz, heeft ook Dick Raaijmakers (1930) zijn sporen nagelaten. Hoewel zijn strenge, conceptuele denkwijze op tal van componisten invloed heeft gehad (onder wie Edwin van der Heide), is Raaijmakers vooral de schepper van een nieuw genre: het elektrisch muziektheater. In het werk van Huba de Graaff en Cathy van Eck is zijn radicale manier van denken, die tot buitengewoon absurdistische en theatrale uitkomsten kan leiden, duidelijk herkenbaar. Zo heeft De Graaff in een reeks muziektheaterwerken de luidspreker consequent als levende uitvoerder behandeld, terwijl Van Eck in Hearing Sirens de Raaijmakeriaanse omkering tot in de finesses doorvoert.
Als deze bloemlezing van het afgelopen decennium iets duidelijk maakt, is het wel dat het spectrum van de elektronische muziek kleurrijker en gevarieerder is vergeleken met dertig jaar geleden. Doorwrochte algoritmische composities, ruimtelijke verspreiding van klank, combinaties van akoestische instrumenten en elektronica, live improvisaties en muziektheater – componisten wenden de huidige technologische mogelijkheden aan vanuit sterk uiteenlopende muzikale ideeën en wensen.
Deze cd weerspiegelt die rijkdom.
Jacqueline Oskamp
Dit essay is gebaseerd op Onder stroom – Geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland door Jacqueline Oskamp (Ambo 2011).Playlist CS 27-03-2011
1
Titel : Marionette
Componist : Roderik de Man
Uitvoerenden : Jorge Isaac
Tijdsduur : 5’18”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
2
Titel : De voorzienigheid
Componist : Rene Ulijenhoet
Uitvoerenden : Rene Uijlenhoet
Tijdsduur : 6’36”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
3
Titel : Aether
Componist : Hans Timmermans
Uitvoerenden : Hans Timmermans
Tijdsduur : 5’08”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
4
Titel : frg Drive
Componist : Anne La Berge
Uitvoerenden : Anne La Berge
Tijdsduur : 4’05”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
5
Titel : Ancient Voices
Componist : Alison Isadora
Uitvoerenden : Alison Isadora
Tijdsduur : 3’54”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
6
Titel : frg Hearing Sirens
Componist : Cathy van eck
Uitvoerenden : Cathy van Eck
Tijdsduur : 0’51”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
7
Titel : frg Rupture (dl 3)
Componist : Michel Waisvisz
Uitvoerenden : Michel Waisvisz
Tijdsduur : 1’56”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
8
Titel : PPPouverture
Componist : Huba de Graaff
Uitvoerenden : Huba de Graaff
Tijdsduur : 3’23”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
9
Titel : Hysteresis
Componist : Wouter Snoei
Uitvoerenden : Wouter Snoei
Tijdsduur : 4’25”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042
10
Titel : drieluik
Componist : Bas Kalle
Uitvoerenden : Bas Kalle
Tijdsduur : 3’04”
Titel CD : Anthology of Dutch Electronic Music1999-2010
Label / Nr. : Basta – MCN / 3093042

